Veel mensen die wij gesproken hadden en dan voornamelijk mannen kwamen met het verhaal: carbidschieten. Het wordt gedaan op oudejaarsavond en vaak in een weiland.
Men pakt een conservenblik daar maakt men een gaatje in, het carbid zit er al in en is natgemaakt met wat spuug, een vuurtje bij het gaatje en de deksel schiet eruit. Maar ook werd er gesproken over een melkfles waar carbid in wordt gedaan, waarna de bus wordt afgesloten met het deksel. Het zich vormende ethyn wordt door een klein zundgat (of met een bougie) ontstoken en ontploft met een dreunende (met een grote bus vaak oorverdovende) knal, waarbij deksel of bal uit de bus schiet en tientallen meters verderop terechtkomt.
dinsdag 6 november 2012
zaterdag 3 november 2012
Aanzeggen
‘Vroeger, nou nu nog wel hoor, als er iemand was overleden, dan werden de directe buren, de naaste noabers, of de nood noaber, degene die zich hiervoor heeft opgeworpen deze taken binnen het noaberschap op zich te nemen, ingelicht en die gingen dan aanzeggen. Eerst werd in het huis van de overledene een wit laken voor het raam gehangen.
Twee noabers gingen dan de huizen langs om te zeggen dat die en die is overleden, meestal werd er dan ook een borreltje gedronken. Ook zorgen die nood- of naaste noabers voor de hele afhandeling van de begrafenis zodat de familie zelf niets hoeft te doen.
Het aanzeggen, het afleggen, alles regelen, de kist dragen, zelfs de koffie en het eten na de begrafenis, alles wordt door hen verzorgd.
Vroeger waren er geen verzekeringen. Je was echt afhankelijk van de noabers. Het was geen vrijblijvende taak, het was een verplichting, maar die werd meestal wel met liefde uitgevoerd.
De begrafenisstoet die vanuit het sterfhuis gaat, als men niet vanuit het huis van de overledene vertrekt, langs het huis van degene die is gestorven: de hele stoet houdt dan 1 minuut stil, als teken van respect.
Als kind duurde dat voor mij een eeuwigheid, nu vind ik het juist heel mooi.’
Twee noabers gingen dan de huizen langs om te zeggen dat die en die is overleden, meestal werd er dan ook een borreltje gedronken. Ook zorgen die nood- of naaste noabers voor de hele afhandeling van de begrafenis zodat de familie zelf niets hoeft te doen.
Het aanzeggen, het afleggen, alles regelen, de kist dragen, zelfs de koffie en het eten na de begrafenis, alles wordt door hen verzorgd.
Vroeger waren er geen verzekeringen. Je was echt afhankelijk van de noabers. Het was geen vrijblijvende taak, het was een verplichting, maar die werd meestal wel met liefde uitgevoerd.
De begrafenisstoet die vanuit het sterfhuis gaat, als men niet vanuit het huis van de overledene vertrekt, langs het huis van degene die is gestorven: de hele stoet houdt dan 1 minuut stil, als teken van respect.
Als kind duurde dat voor mij een eeuwigheid, nu vind ik het juist heel mooi.’
boze geesten verdrijven
Toen ik bij mijn Twentse tante was, liet zij mij haar midwinterhoorn zien in de gang. Ik was wat teleurgesteld, aangezien ik een midwinterhorentje zag..., terwijl ik een enorm grote hoorn verwachtte. Dit baseerde ik op de vele gesprekken met de bezoekers die wij hadden gevoerd in TwentseWelle. Men sprak telkens over de prachtige akoestiek van de enorme hoorn die werd verkregen door boven een waterput te blazen.
Ik zag dat om dit horentje riet gedraaid was. Dit had ik ook gehoord van een meneer die mij wees op het vakmanschap van het maken van zo'n hoorn. De hoorn bestaat uit 2 helften uitgehold hout die werden verbonden met riet. Het riet werd om de 2 helften hout gedraaid en hield die op deze wijze bijelkaar.
Midwinter
Vanaf de eerste zondag in de Advent tot aan Drie Koningen weerklinkt in Twente het melancholieke geluid van de midwinterhoorn. Het oeroude gebruik stamt nog uit de tijd dat men in boze geesten geloofde. Met het blazen op de midwinterhoorn wilde men deze verdrijven. Later werd het gebruik gekerstend en gezien als verkondiging van de komst van het Christuskind.
canon van Ootarsum
Ik zag dat om dit horentje riet gedraaid was. Dit had ik ook gehoord van een meneer die mij wees op het vakmanschap van het maken van zo'n hoorn. De hoorn bestaat uit 2 helften uitgehold hout die werden verbonden met riet. Het riet werd om de 2 helften hout gedraaid en hield die op deze wijze bijelkaar.
Midwinter
Vanaf de eerste zondag in de Advent tot aan Drie Koningen weerklinkt in Twente het melancholieke geluid van de midwinterhoorn. Het oeroude gebruik stamt nog uit de tijd dat men in boze geesten geloofde. Met het blazen op de midwinterhoorn wilde men deze verdrijven. Later werd het gebruik gekerstend en gezien als verkondiging van de komst van het Christuskind.
canon van Ootarsum
donderdag 1 november 2012
GLUK IN'N TUK
oftewel: gelukkig nieuwjaar!
‘Ik kreeg op 1 januari altijd snijbonen met verse worst en in die verse worst moest dan een kruidnagel zitten.’
De traditie is om dan kniepekes te bakken en te eten: op oudejaarsdag plat en op nieuwjaarsdag als een rolletje. Het platte kniepertje staat voor het jaar dat zich al helemaal heeft ontvouwen, het opgerolde koekje (gevuld met slagroom) is het nieuwe jaar dat zich nog moet uitrollen. De naam van het koekje is ontleend aan het dichtknijpen van het bakijzer.
Ingrediƫnten:
250 g bloem
200 g witte basterdsuiker
125 g boter
1 ei, losgeklopt
1/2 tl kaneel
1 zakje vanillesuiker
extra boter om de bakijzers in te vetten
slagroom
Voorbereiding:
Los de suiker in 1,5 dl water op. Laat de boter smelten in de vloeistof. Zeef de bloem en roer er het ei met de kaneel door. Voeg het suikerwatermengsel geleidelijk toe, zodat een mooi glad deeg ontstaat. Laat een nacht afgedekt rusten.
Bereiding:
Verhit een rond, plat wafelijzer of bakplaat flink en vet het in. Leg een bolletje deeg ter grootte van een stuiter in het midden van het ijzer, knijp het ijzer dicht en bak aan beide kanten in 1 tot 2 minuten op halfhoge warmtebron gaar. Leg het net gebakken kniepertje weg om af te koelen. Wikkel het, als het nog niet helemaal koud en dus nog zacht is rond tot een rolletje. Bijvoorbeeld rond de steel van een houten pollepel. Laat afkoelen. Vul vlak voor het serveren met slagroom.
‘Ik kreeg op 1 januari altijd snijbonen met verse worst en in die verse worst moest dan een kruidnagel zitten.’
De traditie is om dan kniepekes te bakken en te eten: op oudejaarsdag plat en op nieuwjaarsdag als een rolletje. Het platte kniepertje staat voor het jaar dat zich al helemaal heeft ontvouwen, het opgerolde koekje (gevuld met slagroom) is het nieuwe jaar dat zich nog moet uitrollen. De naam van het koekje is ontleend aan het dichtknijpen van het bakijzer.
Ingrediƫnten:
250 g bloem
200 g witte basterdsuiker
125 g boter
1 ei, losgeklopt
1/2 tl kaneel
1 zakje vanillesuiker
extra boter om de bakijzers in te vetten
slagroom
Voorbereiding:
Los de suiker in 1,5 dl water op. Laat de boter smelten in de vloeistof. Zeef de bloem en roer er het ei met de kaneel door. Voeg het suikerwatermengsel geleidelijk toe, zodat een mooi glad deeg ontstaat. Laat een nacht afgedekt rusten.
Bereiding:
Verhit een rond, plat wafelijzer of bakplaat flink en vet het in. Leg een bolletje deeg ter grootte van een stuiter in het midden van het ijzer, knijp het ijzer dicht en bak aan beide kanten in 1 tot 2 minuten op halfhoge warmtebron gaar. Leg het net gebakken kniepertje weg om af te koelen. Wikkel het, als het nog niet helemaal koud en dus nog zacht is rond tot een rolletje. Bijvoorbeeld rond de steel van een houten pollepel. Laat afkoelen. Vul vlak voor het serveren met slagroom.
Varkensbloed
Vroeger trok de huisslachter van boerderij naar boerderij door heel Twente om het mestvarken te slachten. Het varken werd met de kop naar beneden aan een ladder vastgebonden en met een mes werd de keel doorgesneden. Het bloed stroomde uit zijn lijf, dit werd opgevangen en verwerkt in bakbloedworst en balkenbrij. Voor dat laatste werden de hersenen van het varken vermengd met bloed en meel.
Als dat was gebeurd was het tijd voor de noabers om de kwaliteit van vet en vlees te bekijken. Bovenal van het spek, want daar draaide het om, er werd gekeken hoe dik het spek van het varken was: het vetpriezen. Goed spek had een doorsnee van zo'n tien centimeter.
Als dat was gebeurd was het tijd voor de noabers om de kwaliteit van vet en vlees te bekijken. Bovenal van het spek, want daar draaide het om, er werd gekeken hoe dik het spek van het varken was: het vetpriezen. Goed spek had een doorsnee van zo'n tien centimeter.
‘Vroeger na de nachtmis, in mijn herinnering was het altijd ontzettend koud, ging je naar huis om bakbloedworst en baklever te eten om weer lekker op te warmen.’
Nog steeds wordt bakbloedworst en baklever veel gegeten en als een typische Twentse traditie gezien.
'Je hebt ook toafelkes oavond: op Kerstavond, dan worden alle soorten vlees op tafel gezet:lever, worst, speklappen, gehaktballen... echt een feestmaal.'
'Je hebt ook toafelkes oavond: op Kerstavond, dan worden alle soorten vlees op tafel gezet:lever, worst, speklappen, gehaktballen... echt een feestmaal.'
woensdag 31 oktober 2012
Die kracht...
Op zaterdag zijn we met de kar naar de markt in Enschede gegaan, daar stonden we naast de parfumkraam. ‘Heeft u een ritueel meneer?’ vroegen wij de koopman. 'Ik weet niet of het een ritueel is, maar ik lees soms weken achterelkaar, over de oude Griekse en Egyptisch beeldhouwkunst.' Nou als dat niet over rituelen gaat…
'Maar hier rijd ik regelmatig naar een dorp met oude gebouwen, pas nog naar Ootmarsum, daar heb je nog van die prachtige exemplaren. Dan voel ik aan die onderste stenen he, waar het gebouw op is gefundeerd, vaak zijn dat nog de echte oude stenen waar later weer nieuw op is gebouwd.
En dan voel je gewoon de kracht... '
En dan voel je gewoon de kracht... '
Abonneren op:
Posts (Atom)






